PSALM 102

Psalm 102


Informatie en bladmuziek over Psalm 102

Tekst en zang 1773 en Datheen

Product vergelijk (0)


10 korte koraalvoorspelen - Jan Bonefaas

10 korte koraalvoorspelen - Jan Bonefaas

Bonefaas, Jan

10 korte koraalvoorspelen van Jan Bonefaas Inhoud:Gezang 285Psalm 6Psalm 23 Psalm 84Psalm 85Psalm..

€ 13,95

Koraalbundel op hogen toon - Martijn den Haan

Koraalbundel op hogen toon - Martijn den Haan

Koraalbundel op hogen toon van Martijn den HaanPsalmen met bovenstemPsalm 1Psalm 3Psalm 19Psalm 21Ps..

€ 15,95

Psalmen 5 - Chris Haalboom

Psalmen 5 - Chris Haalboom

Haalboom, Chr.

Psalmen 5 van Chris Haalboom25 Psalmen voor elektronisch orgel en kerkorgelInhoud:Psalm 101-125..

€ 9,95

Psalmen voor Nu - Gefeliciteerd muziekboek

Psalmen voor Nu - Gefeliciteerd muziekboek

Psalmen voor Nu - Gefeliciteerd muziekboekIn dit boek zijn opgenomen tekst en melodie van psalmen di..

€ 15,00

Wij treden uwe poorten in - Gerrit Jan van de Werfhorst

Wij treden uwe poorten in - Gerrit Jan van de Werfhorst

Werfhorst, Gerrit Jan van de

Wij treden uwe poorten in van Gerrit Jan van de WerfhorstInhoud:Psalm 24Psalm 27Psalm 102Psalm 45Psa..

€ 14,45

Zangbundel op hogen toon - Martijn den Haan

Zangbundel op hogen toon - Martijn den Haan

Haan, M. den

Zangbundel op hogen toon van Martijn den HaanPsalmen met bovenstemPsalm 1Psalm 3Psalm 19Psalm 21Psal..

€ 4,95

Zij die de zee bevaren - Gerrit Jan van de Werfhorst

Zij die de zee bevaren - Gerrit Jan van de Werfhorst

Werfhorst, Gerrit Jan van de

Zij die de zee bevaren van Gerrit Jan van de Werfhorst Inhoud:Gezang 285Psalm 6Psalm 23 Psalm 84P..

€ 10,95

18 Psalmbewerkingen 5 - Leen Schippers

18 Psalmbewerkingen 5 - Leen Schippers

Schippers, Leen

18 Psalmbewerkingen 5 van Leen SchippersInhoud:1. Psalm 472. Psalm 1303. Psalm 654. Psalm 995. Psalm..

€ 13,95

Korte Koraalvoorspelen V - Martien van der Zwan

Korte Koraalvoorspelen V - Martien van der Zwan

Zwan, Martin van der

Korte Koraalvoorspelen V van Martien van der ZwanInhoud: Psalm 11, 14 (53), 18 (144), 26, 37, 50,..

€ 11,95

Psalmen 101-125 - Gerrit Jan van de Werfhorst

Psalmen 101-125 - Gerrit Jan van de Werfhorst

Werfhorst, Gerrit Jan van de

Psalmen 101-125 - Gerrit Jan van de WerfhorstInhoud:Psalmen 101-125 ..

€ 16,95

Musijck over de Voijsen der Psalmen Davids - Jan Zwart

Musijck over de Voijsen der Psalmen Davids - Jan Zwart

Zwart, Jan

Musijck over de Voijsen der Psalmen Davids van Jan Zwart Voor orgel, deel 6Inhoud:Psalm 77 (86)Psal..

€ 6,95

150 Psalmen deel 7 - Nico de Mes

150 Psalmen deel 7 - Nico de Mes

Mes, Nico de

150 Psalmen deel 7 van Nico de MesInhoud:Psalmen 91-105 ..

€ 14,45

Weergeven 1 t/m 12 van in totaal 15

Psalm 102

1 Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN. O HEERE! hoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot U komen.
2 Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dage als ik roep, verhoor mij haastelijk.
3 Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.
4 Mijn hart is geslagen en verdord als gras, [zodat] ik vergeten heb mijn brood te eten.
5 Mijn gebeente kleeft aan mijn vlees, vanwege de stem mijns zuchtens.
6 Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen.
7 Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak.
8 Mijn vijanden smaden mij al den dag; die [tegen] mij razen, zweren bij mij.
9 Want ik eet as als brood, en vermeng mijn drank met tranen.
10 Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij [weder] nedergeworpen.
11 Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.
12 Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.
13 Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.
14 Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.
15 Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.
16 Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,
17 Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;
18 Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;
19 Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;
20 Om het zuchten der gevangenen te horen, om los te maken de kinderen des doods;
21 Opdat men den Naam des HEEREN vertelle te Sion, en Zijn lof te Jeruzalem;
22 Wanneer de volken samen zullen vergaderd worden, ook de koninkrijken, om den HEERE te dienen.
23 Hij heeft mijn kracht op den weg ter neder gedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.
24 Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.
25 Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;
26 Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.
27 Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden.
28 De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden.

Psalm 102

Vers 1
Hoor, o HEER, verhoor mijn smeken,
Laat m' Uw bijstand niet ontbreken;
Ai, veracht mijn tranen niet,
Daar Gij al mijn angsten ziet;
Als ik, in benauwde dagen,
U, mijn God, mijn leed moet klagen,
Wil dan spoedig U ontfermen,
Wil mij door Uw macht beschermen.

Vers 2
Want mijn leeftijd is door wenen,
Als een ijd'le rook, verdwenen;
Mijn gebeent', in droeven stand,
Als een haardsteê uitgebrand.
Mijne ziel, door rouw bezweken,
Kwijnt, als 't gras in dorre streken;
'k Heb in mijn ellend' vergeten
Mijn gewone spijzen t' eten.

Vers 3
'k Voel de krachten mij begeven,
't Vlees aan mijn gebeente kleven,
Wegens mijn benauwde klacht,
Die ik uitstort dag en nacht.
Ik gelijk, in 't eenzaam kwijnen,
Aan den roerdomp der woestijnen,
Aan den steenuil in de wouden,
Waar geen mensen zich onthouden.

Vers 4
'k Slijt den nacht in eenzaam waken,
Als een mus op stille daken;
Daar mijn wreev'le vijand raast
En door hoon mijn ziel verbaast.
Zij, die mijn bederf betrachten,
Mij den gansen dag verachten,
Mij in 't openbaar onteren,
Durven roek'loos bij mij zweren.

Vers 5
D' as verstrekt mijn kwijnend harte
Thans tot brood in zoveel smarte,
Daar ik mijnen drank vermeng
Met de tranen, die ik pleng.
HEER, Uw gunst had mij verheven;
Maar nu mij Uw toorn doet beven,
Zie ik mij van glans ontbloten,
Mij in 't stof terneer gestoten.

Vers 6
'k Zie in rouw en ongenuchten,
Al mijn dagen mij ontvluchten,
Als een schaduw, die verdwijnt;
Ik verdor, als 't gras, dat kwijnt.
Maar Gij, HEER, zult eeuwig blijven;
Eeuwig zal Uw roem beklijven;
En Uw naam blijft in gedachten
Tot de laatste nageslachten.

Vers 7
Gij zult opstaan, ons beschermen,
Over Sion U ontfermen,
Want de tijd, Uw stad voorspeld,
Aan haar leed ten perk gesteld,
Die zo lang gewenste dagen
Van Uw gunstrijk welbehagen,
Zijn, o God, in 't eind geboren;
Gij, Gij zult haar klacht verhoren.

Vers 8
Reeds verlangen Uwe knechten
Hare stenen op te rechten;
Elk heeft deernis met haar gruis;
Elk toont ijver voor Gods huis.
Albestierend Opperwezen,
Dan zal 't heidendom U vrezen;
Al de vorsten, neergebogen
Doen dan huld' aan Uw vermogen.

Vers 9
Als voor 't oog der nageburen,
Gods ontferming Sions muren
Weer zal hebben opgebouwd,
En 't Zijn heerlijkheid aanschouwt;
Als Zijn goedheid op de klachten
Des verdrukten en verachten
Letten zal, en 't onheil weren;
Dan zal elk Hem juichend eren.

Vers 10
Dan, dan wordt Gods trouw verheven,
En Zijn dierb're gunst beschreven
Voor het dankbaar nageslacht,
Dat met lust Zijn wet betracht.
't Volk, in later eeuw geboren,
Zal Zijn macht en goedheid horen;
Zich in Zijnen roem verblijden;
Hem Zijn lofgezangen wijden.

Vers 11
't Zal met blij gejuich Hem loven,
Die, uit Zijn paleis van boven,
Isrels leed en ongeval
Eens in gunst beschouwen zal;
En gevang'nen in hun zuchten
Horen, als zij tot Hem vluchten;
Om hen uit de wrede kaken
Van den dood eens los te maken.

Vers 12
Dus zij 's HEEREN naam geprezen,
En in Sion eer bewezen;
Dus hoor' elk de vreugdestem
In het blij Jeruzalem;
Als de volken saâm vergâren,
Zich met 's HEEREN erfvolk paren;
Als de koningen zich buigen,
En Hem hun ontzag betuigen.

Vers 13
Ach, de HEER heeft mij doen bukken
Voor 't gewicht der ongelukken,
Ja, mijn levenstijd verkort,
Mij met rampen overstort.
'k Riep: "O God, mijn welbehagen,
Spaar m' in 't midden van mijn dagen;
Gij, door eeuw noch tijd te krenken,
Kunt mij hulp en uitkomst schenken."

Vers 14
't Aardrijk en de hemelbogen
Zijn gewrocht door Uw vermogen;
Alle zijn z' in hun verband,
't Kunststuk van Uw wijze hand.
Doch, hoe duurzaam zij ook schijnen,
Eens zal al hun glans verdwijnen;
Maar, schoon 't alles om zal keren,
Gij blijft staand', o HEER der heren.

Vers 15
Als een kleed zal 't al verouden;
Niets kan hier zijn stand behouden;
Wat uit stof is, neemt een end
Door den tijd, die alles schendt.
Maar Gij hebt, o Opperwezen,
Nooit verandering te vrezen;
Gij, die d' eeuwen acht als uren,
Zult all' eeuwigheid verduren.

Vers 16
Uwer knechten trouwe zonen
Zullen altoos bij U wonen;
Ja, bevestigd in hun staat,
Voor Uw aanschijn, met hun zaad,
Uwen naam ter ere leven;
Zij, van smart en smaad ontheven,
Blijven aan Uw dienst geheiligd,
Daar Uw goedheid hen beveiligt.

Psalm 102

vers 1
Wil mijn gebed, Heer, verhoren,
Laat komen tot Uwe oren
Mijn zuchten, en in den nood
Verberg U niet, hij is groot
In dezen tijd der ellenden
Wil Uw oren tot mij wenden,
En als ik U bid ootmoedig,
Verhoor mij haast, o Heer goedig!

vers 2
Verteerd is nu mijn leven zaan,
En als rook is 't geheel vergaan;
Mijn benen zijn droog door smart
Als een vuur brandt; en mijn hart
Moet gelijk 't dorre gras werden,
't Welk gemaaid ligt op der aerde;
Zodat ik hebbe vergeten
Mijn brood en mijn spijze t' eten.

vers 3
Vlees en benen 't zamen kleven,
Door mijn zwaar zuchten en beven;
En mijn huilen en geklag
Geduurt altijd, nacht en dag.
Den roerdomp ik gelijk schijne
Die stil woont in de woestijne;
Den steenuil ben ik geleken,
Die alleen woont gans versteken.

vers 4
Zo d' eenzaam' musse moet waken
In stilheid onder de daken,
Zo moet ik ook voor en naar
Wakker zijn met lijden zwaar.
Dagelijks aan alle enden
Mijn vijanden mij zeer schenden;
Zij spotten mijns en uit wraken,
Van mij een spreekwoord zij maken.

vers 5
Ik ete d' asse in 't gemein,
Als brood in mijn lijden niet klein;
Vermenget is mijn drank klaar
Met mijne tranen voorwaar,
Door Uwen toorn niet om lijden;
Want Gij, Die mij hadt voortijden
Grotelijks en zeer verheven,
Hebt mij nu te grond' gedreven.

vers 6
Als een schaduwe vergaan snel
Mijn dagen door dit lijden fel,
Ik ben verdorret als gras,
Dat voormaals afgemaaid was.
Maar Gij zult, Heer, eeuwig blijven,
En tot den eind' vast beklijven,
En de gedacht'nis geprezen,
Uwes Naams zal eeuwig wezen.

vers 7
Gij zult U Heer, nu (och armen!)
Opmaken en U ontfarmen
Over Sion goedertier,
Uwe woonstee; want 't is schier
Meer dan tijd om te bewijzen
Uw goedheid niet om volprijzen;
De stond' is daar, wil toch merken
En Uwe woning versterken.

vers 8
Gaarne zagen Uwe knechten
Dat Gij de stad woudt oprechten,
Want zij ganselijk gewis
Overhoop geworpen is,
Opdat U de volken vruchten,
En voor U beven en zuchten
De koningen des aardrijken,
En U eren desgelijken.

vers 9
't Vervallen Sion opbouwen
Zal onze God vol van trouwen,
Hij, Die ons geholpen heeft,
Ende Zijn klaarheid ons geeft;
Hij zal dat bidden en klagen
Dergenen, die schier versagen,
Verhoren en verstaan goedig,
Naar Zijn goedheid overvloedig.

vers 10
Dat zulks toch werde beschreven,
Opdat zij, die zullen leven
Na ons, gedenken hieraan,
En den kind'ren doen verstaan.
Dat Gods volk, van Hem verkoren
En nieuw'lijk wedergeboren,
Hem love tot alle stonden
Voor deez' weldaad niet om gronden.

vers 11
Want de Heer, naar Zijn goedheid schoon,
Heeft van boven uit Zijnen troon
Op Zijn volk genomen acht,
Dat hier onder 't kruis versmacht;
Dat Hij 't zuchten en verlangen
Hore der arme gevangen,
En vrij maak' uit des doods banden,
En Zijn volk verloss' uit schanden.
 
vers 12
Opdat des Heeren Naam en eer
Bekend tot Sion werd, o Heer!
En tot Jeruzalem rein
Zijn lof verbreid zij gemein.
Als de volkeren deemoedig
T' zamen zullen komen spoedig,
En de rijken zullen eren
En dienen den Heer der heren.

vers 13
God vernedert gans mijne kracht
Op den weg, ende heeft gebracht
Tot niet mijn dagen voorwaar;
Dies spreek ik tot Hem eenpaar:
Heer, laat mij niet zijn verslagen
In 't midden van mijne dagen;
Want steeds blijven en voortvaren,
Heer, Uwe dagen en jaren.

vers 14
Gij hebt gemaakt vast dat aardrijk
En de hemelen al gelijk;
Door Uw kracht zeer vast zij staan,
Nochtans moeten zij vergaan.
Maar Gij zult blijven bestendig,
Daar z' oud worden en ellendig,
Als een doek zeer klein van waarde,
En 't kleed eens mensen op aarde.

vers 15
Als een verrot kleed en gewaad
Wordt ook veranderd hare staat;
Hoe heerlijk dat z' ook nu zijn,
Vergaan toch zal hare schijn.
Maar Gij, o Heer! daarentegen
Onveranderd allerwegen,
Zult blijven in wezen krachtig,
Zonder eind een Heer almachtig.

vers 16
Daarom zullen der oprechten,
Uwer dienaren en knechten
Kind'ren, nu en t' allen tijd
Blijven vast en zijn verblijd.
Dat zaad Uwer uitverkoren
Zal wassen en vreugd oorboren,
En zal in overvloed wezen
Rijk en vruchtbaar, Heer geprezen.